Gebruikstitel noodzakelijk voor opgave grond
Om een perceel grond van derden te kunnen opgeven bij de Gecombineerde opgave en daarmee te kunnen laten meetellen voor de mestwetgeving en de uitbetaling van de bedrijfstoeslag is het noodzakelijk dat de aanvrager het feitelijke gebruik van dit perceel heeft. Ofwel dat het gewas voor eigen rekening en risico wordt geteeld. Of deze grond in gebruik is op basis van een pachtovereenkomst, een grondgebruiksverklaring of een mondelinge overeenkomst is niet van belang. Maar pas op!Een landbouwer was een gebruiksrecht met de gemeente overeengekomen met betrekking tot een aantal in 2005 aan de gemeente verkochte percelen. Op deze percelen zou in de toekomst woningbouw plaatsvinden. Dit gebruiksrecht liep aanvankelijk tot 1 maart 2008, maar werd in 2006 voor een deel van deze percelen verlengd tot 1 maart 2009. Aangezien de landbouwer in 2008 alle verkochte percelen nog feitelijk in gebruik had, gaf hij alle percelen op bij de Gecombineerde opgave 2008 voor uitbetaling van zijn toeslagrechten. Dienst Regelingen wees echter voor de uitbetaling van de toeslagrechten de percelen af waarvoor het gebruiksrecht in 2006 niet was verlengd. Deze percelen behoorden volgens Dienst Regelingen niet tot het bedrijf van de landbouwer. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) gaf in de beroepsprocedure Dienst Regelingen gelijk. De landbouwer beschikte op de peildatum niet over een geldige gebruikstitel. De percelen waren daarmee terecht als niet-subsidiabel aangemerkt.De landbouwer had nog een ander perceel in gebruik van een derde. Voor dat perceel had hij op 12 december 2008, dus achteraf, een verklaring laten opstellen door de grondeigenaar/verhuurder dat hij het perceel huurde. Volgens Dienst Regelingen voldeed een dergelijke verklaring niet om het beheer van dit perceel door de landbouwer te kunnen vaststellen. Zij telde daarom ook dit perceel niet mee. Het CBB oordeelde hierover dat niet op voorhand was uitgesloten dat een dergelijke verklaring, waarin eerder mondeling gemaakte afspraken alsnog schriftelijk zijn vastgelegd, toereikend was voor het bestaan van een rechtsbetrekking. Ten onrechte had Dienst Regelingen hiernaar geen nader onderzoek ingesteld. Het bestreden besluit was derhalve wat betreft dit perceel genomen in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en kwam om die reden voor vernietiging in aanmerking. Het CBB droeg Dienst Regelingen op opnieuw op het bezwaarschrift te beslissen.Conclusie is dat een mondelinge overeenkomst voor het huren van grond op zich wel is toegestaan, maar dat het de voorkeur heeft om de overeenkomst schriftelijk vast te leggen middels een pachtovereenkomst of een grondgebruiksverklaring.

terug naar nieuwsoverzicht