Randvoorwaardenkorting onterecht

20 jan 2012 |

Bij een controle constateerde de AID dat een landbouwer de mest op onjuiste wijze uitreed met de zodebemester. De mest kwam niet in de grond, maar op de grond terecht. De AID-controleur gaf de landbouwer een mondelinge waarschuwing en voegde eraan toe dat de werkzaamheden hervat konden worden als er langzamer gereden zou worden. Naderhand maakte de AID-controleur een controleverslag op waarbij een opzettelijke overtreding van de randvoorwaarden, namelijk de verplichting tot naleving van het verbod om mest niet-emissiearm uit te rijden, werd gerapporteerd.Op grond van dit controleverslag werd de landbouwer met 20% gekort op zijn bedrijfstoeslag. Nadat zijn bezwaarschrift werd afgewezen door Dienst Regelingen, stelde de landbouwer hoger beroep in bij het College van beroep voor het bedrijfsleven (CBB).Op de rechtszitting stelde de landbouwer dat hij niet in kennis was gesteld van de geconstateerde niet-naleving. Hij had slechts een waarschuwing gekregen van de AID. Het CBB was het met de landbouwer eens. De landbouwer was uitsluitend gewaarschuwd en niet op de hoogte gesteld van een geconstateerd geval van niet-naleving. Het geven van een waarschuwing behelsde juist de boodschap dat constatering van een niet-naleving (nog) niet aan de orde was. Nu de landbouwer niet in kennis was gesteld van een niet-naleving, bestond er volgens het CBB geen grondslag een randvoorwaardenkorting op te leggen. Het beroep van de landbouwer werd daarom gegrond verklaard.Uit dit geval blijkt maar weer eens het belang om zelf goed vast te leggen wat de bevindingen van een (AID-)controleur zijn bij een bedrijfscontrole. Dienst Regelingen heeft nogal eens de neiging om achteraf strenger te oordelen dan de AID. Als de AID een overtreding of tekortkoming afdoet met een waarschuwing, kan Dienst Regelingen niet zomaar overgaan tot het alsnog opleggen van een korting of een boete.

terug naar nieuwsoverzicht