Varkenshouder had wel recht op herziening voorbelasting
Een varkenshouder liet in 1998 tegen de al bestaande varkensstal een nieuwe biggenstal van 272 m2 bouwen. Deze stal nam hij in 1999 in gebruik. De biggenstal had vier eigen buitenmuren en een eigen ventilatiesysteem. De biggenstal was uit het oogpunt van welstand met dezelfde steensoort gebouwd als de bestaande varkensstal.Tot 2005 viel de varkenshouder voor de omzetbelasting onder de landbouwregeling. Vanaf 2005 viel hij op zijn verzoek onder de gewone omzetbelastingregeling. Hij verzocht de belastingdienst om herziening van de voorbelasting op de bouw van de biggenstal. De belastinginspecteur weigerde dit, omdat er naar zijn mening geen sprake was van de vervaardiging van een onroerende zaak.Nadat de varkenshouder zijn bezwaar zag afgewezen door de belastinginspecteur en zijn beroep ongegrond werd verklaard door de Rechtbank, ging hij met succes in hoger beroep bij het Gerechtshof. Het Gerechtshof ging bij haar oordeel uit van een arrest van de Hoge Raad in 2005 waarin werd overwogen dat fysiek gescheiden bouwwerken voor de heffing van de omzetbelasting in beginsel als afzonderlijke goederen in aanmerking dienen te worden genomen. Voor een uitzondering op die regel is slechts plaats ten aanzien van bouwwerken die zich niet voor zelfstandig gebruik lenen.In onderhavig geval oordeelde het Gerechtshof dat de biggenstal fysiek werd gescheiden van de varkensstal nu deze vier eigen buitenmuren had, een eigen buitendeur en een afwijkende nokhoogte en verder beschikte over eigen dan wel zelfstandig regelbare (nuts)voorzieningen. Als zodanig kon de biggenstal geheel los van de varkensstal worden gebruikt. Het gebruik van dezelfde steensoort en de aanwezigheid van een tussendeur tussen de biggenstal en de varkensstal deden hieraan niet af. Verder verschilde de functie van de biggenstal van de al bestaande varkensstal. De biggen konden niet worden gehuisvest in de varkensstal en de zeugen niet in de biggenstal.Er was wel sprake van het vervaardigen van een onroerende zaak en de varkenshouder had daarom wel recht op herziening van voorbelasting. Deze zaak maakt weer eens duidelijk dat herziening van voorbelasting niet zonder meer mogelijk is, maar van geval tot geval bekeken moet worden.

terug naar nieuwsoverzicht