Geplaatst op 21 augustus 2025

In 2006 verstrekt een vader via zijn bv een lening van € 90.000 aan zijn zoon. De zoon raakt in de loop der jaren in financiële problemen, wat uiteindelijk leidt tot zijn faillissement in 2015. De bv dient haar vordering in bij de curator en ontvangt in 2018 een bedrag van € 7.764 uit de boedel. De inspecteur stelt dat vanaf dat moment de resterende vordering door de bv is prijsgegeven en dat dit moet worden gezien als een winstuitdeling aan de vader.
De rechtbank bekijkt of er daadwerkelijk sprake is van een winstuitdeling. Hiervoor oordeelt de rechter dat allereerst vastgesteld moet worden of de vordering door de bv definitief is prijsgegeven. Uit de feiten blijkt dat de bv geen enkele actieve handeling heeft verricht om de vordering kwijt te schelden. Integendeel, de bv heeft de volledige vordering ingediend bij de curator en daarna geen verdere actie ondernomen richting de zoon. Het stilzitten van de bv kan niet gelijkgesteld worden aan een prijsgeving, noch juridisch, noch materieel.
Ook het omzetten van de vordering in een natuurlijke verbintenis via de slotuitdelingslijst is volgens de rechter geen bewijs van prijsgeving. De rechter concludeert daarom dat de vordering het vermogen van de bv niet definitief heeft verlaten. Zonder prijsgeving is er geen sprake van een vermogensverschuiving en dus ook niet van een uitdeling. Het beroep van de vader wordt gegrond verklaard en de belastingcorrectie door de inspecteur wordt vernietigd.
Deel dit bericht
Bel voor meer informatie
0412 – 45 90 00
of wij bellen u
Gerelateerde berichten

Tarieven, heffingskortingen en bedragen inkomstenbelasting 2026
De tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting en voor de loonbelasting zijn in 2026 als volgt.tariefschijfinkomen op jaarbasisbelasting en premies volksverzekeringen, jonger dan AOW-leeftijdidem, AOW-leeftijd en ouder 1 € 0 tot € 38.884 35,75%

Bij buitenlands onroerend goed werkt rechtsherstel box 3 soms averechts
De Wet rechtsherstel box 3 heeft voor belastingplichtigen met buitenlands vermogen soms een averechtse uitwerking. De wetgever kiest bewust voor een strikte voorwaarde: alleen toepassen bij een lager voordeel uit sparen en beleggen. Deze harde grens




