Geplaatst op 8 mei 2025

Een eigenaresse van een woning klaagt de gemeente aan. Zij beweert dat de gemeente onvoldoende snel heeft beslist over haar bezwaar tegen de WOZ-waarde. De heffingsambtenaar van de gemeente beweert juist dat de uitspraak wel binnen de termijn is verzonden. Als bewijs van verzending legt hij een printscreen van zijn postregistratiesysteem over.

De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar niet overtuigend heeft aangetoond dat de uitspraak op bezwaar daadwerkelijk tijdig is verzonden. De printscreen uit het postregistratiesysteem en de enkele stelling dat de uitspraak op bezwaar is aangeboden aan PostNL, zijn niet voldoende. Hierdoor wordt aangenomen dat de uitspraak op bezwaar te laat bekend is gemaakt. De rechter legt een bestuurlijke dwangsom op van € 1.442. 

Bron: Rechtbank Oost-Brabant | jurisprudentie | ECLI:NL:RBOBR:2025:2377 | 21-04-2025

Deel dit bericht

Bel voor meer informatie

0412 – 45 90 00

of wij bellen u

Gerelateerde berichten

  • Uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijs in belastingzaken alleen in uitzonderlijke gevallen

    Mag bewijsmateriaal dat door de politie is verzameld worden gebruikt voor belastingheffing, ondanks mogelijke onrechtmatigheden bij de verkrijging ervan? De Hoge Raad buigt zich over deze vraag en de vraag of het 'zozeer indruist'-criterium, dat

  • Rechtbank past toekomstige wetgeving toe bij berekening belastingrente

    De algemene heffingskorting kan een fiscale fuik worden voor fiscale partners. Een vrouw krijgt navorderingsaanslagen, omdat haar man een belastingkorting aanvraagt. Naar het oordeel van de rechtbank vordert de inspecteur terecht de eerder

  • Hoge Raad: Belastingdienst moet horen vóór naheffing omzetbelasting

    De Hoge Raad heeft in een recent arrest duidelijke grenzen gesteld aan het opleggen van naheffingsaanslagen. Als de Belastingdienst de belastingplichtige niet expliciet uitnodigt om te reageren op een definitief voornemen tot naheffing, is het